Kampenreglement

We halen uit het algemeen huishoudelijk reglement (AHR) van JNM het artikel 64 'Organisatie van het kampleven'.
Elke JNM'er wordt verondersteld dit te kennen én ook na te leven.

1.
Van de kampdeelnemers wordt interesse en eerbied voor de natuur en de leefomgeving verwacht, alsook een soepele, open mentaliteit t.o.v. de andere deelnemers.

2.
Daden die de kampsfeer schaden, in het bijzonder alcoholmisbruik, gebruik van andere drugs, storende kliekvorming en auto-excursies zijn verboden.
In voorkomend geval wordt over de te nemen maatregelen door de kampcommissie beslist.
Van de kampvoorzitter en de andere KC-leden wordt verwacht dat zij het kamp in zo'n sfeer en mentaliteit laten verlopen dat vermelde mistoestanden op een algemene afkeuring van de deelnemers kunnen rekenen.
KC's die hierin hun verantwoordelijkheid niet nemen kunnen door het Hoofdbestuur of de Algemene Vergadering tot de orde worden geroepen en desgevallend van verdere kamporganisaties worden uitgesloten.

3.
Alle kampdeelnemers helpen bij de bereiding van de maaltijden en andere "huishoudelijke" taken.
Indien er onvoldoende vrijwilligers worden gevonden voor de uitvoering van de onderscheiden corvee-taken, zal de foer een beurtrol vastleggen of zo vaak als nodig zelf de corveeploegen aanduiden.

4.
De geplande activiteiten, eventueel met keuzemogelijkheid, worden steeds bekend gemaakt door de excursieleider of werkleider.

5.
Van elke kampdeelnemer, het corvee uitgezonderd, wordt verwacht dat hij/zij deelneemt aan de activiteiten.
Kampdeelnemers die daaraan niet wensen deel te nemen, moeten hiervan steeds de kampvoorzitter op de hoogte stellen en hun motivatie meedelen.
De kampvoorzitter beslist dan of een eventuele vrijstelling wenselijk is.

6.
Op elk kamp kan beslist worden een rustdag te organiseren.
Deze rustdag wordt niet vastgelegd door de kampcommissie alleen, maar door alle kampdeelnemers.
Op die dag is eenieder vrij te doen wat hij/zij wil, op voorwaarde dat de kampvoorzitter op de hoogte wordt gehouden en dat de ontplooide activiteiten niet indruisen tegen de artikelen over kampen in dit AHR.

7.
Indien men de kampplaats verlaat, het dagcorvee uitgezonderd, moet men steeds de kampvoorzitter verwittigen.
Indien het om een beperkte ochtend- of avondexcursie gaat, moet men ook de excursieleider verwittigen.

8.
Roken is in principe verboden.
Enkel indien de kampdeelnemers hierin unaniem expliciet toestemmen, kan het worden toegestaan en dan nog enkel buiten de gemeenschappelijke binnenruimten.

9.
Elke kampdeelnemer wordt geacht respect op te brengen voor de stilte, rust en/of de duisternis als een andere kampdeelnemer daarom verzoekt.

10.
Tijdens het kamp wordt maximale aandacht besteed aan de naleving van de doelstellingen van de JNM in alle facetten.
Inzonderheid dient het gebruik van wegwerpverpakking te worden vermeden en op verantwoorde wijze met voedsel omgesprongen.

11.
Het doden, verzamelen, onnodig vangen en onnodig lang gevangen houden van organismen moet vermeden worden.

12.
Op JNM-kampen wordt er vegetarisch gekookt.
Indien een kampdeelnemer vlees wenst te eten, kan hij/zij dit aan de foer vragen.
Deze mag dat in principe niet weigeren.

13.
 De kampcommissie kan, in het uiterste geval, iemand van het kamp wegsturen; hiervoor moet zij uiteraard wel achteraf verantwoording afleggen aan het Hoofdbestuur.
Bij de beslissing tot wegzenden van een minderjarige dient de kampvoorzitter vooraf telefonisch de ouders of voogd te verwittigen.

14.
Elke kampdeelnemer is onderhevig aan de artikelen over kampen in dit AHR en wordt geacht ze na te leven.

15.
Elke kampdeelnemer die deelneemt aan een kamp waar een fiets vereist is, dient in het bezit te zijn van een fiets die wettelijk volledig in orde is.

16.
Het gebruik van een mobiele telefoon (GSM) kan in principe slechts worden toegestaan als noodtoestel op kamp.
In die zin is het dan ook de KC verantwoordelijk voor het gebruik en het beheer van één toestel per kamp.
Het gebruik van een GSM op kamp door kampdeelnemers is in principe uitgesloten.